Het is twee jaar na de start van het Nederlandse Cliniclownsproject. In 1994. Door de kieren van een vliegtuig van het Roemeense Tarom kijk ik naar buiten. Met doodsangsten verwijt ik mezelf geen betere sponsor te hebben kunnen vinden om KLM te vliegen. Met mijn collega Patrice Verburg ben ik op weg naar Boekarest om te proberen een Cliniclownsproject voor 'abandoned'‚ (afgestane) kinderen te starten. Vier jaar na de val van Çeausescu, de geëxecuteerde Roemeense dictator,  zou ik een land in verval ontmoeten. Met een oud en haveloos kinderziekenhuis waarin 600 kinderen, 1 dokter, 3 verpleegsters, geen onderwijzers, geen psychologen, geen activiteitenbegeleiders, geen kindertekeningen aan de wanden, geen gekleurde vloeren, geen speelgoed of andere afleidingen kennen zoals een ziek Nederlands kind kent. Nog steeds rent een chirurg in mijn herinneringen, met een bebloed schort en bloedspatten over gezicht en handen -want zonder latex handschoenen- een niet af te sluiten operatiekamer uit, vloekend en tierend na een mislukte operatie.

Nu, mei 2001, vlieg ik alweer voor de zevende keer, opnieuw met Tarom naar Boekarest. Ditmaal kom ik in een goed onderhouden toestel aan op een glimmend nieuw vliegveld. De visumplicht is afgeschaft en zelfs de douanier glimlacht, zei het onwennig. Het valt niet mee als je macht afbladdert. Het straatbeeld van Boekarest is in 7 jaar tijd veranderd van de plastic Trabant in een moderner autopark, maar de stank van slecht afgestelde motoren overheerst nog steeds. De tegenstelling tussen arm en rijk is minder zichtbaar aan de buitenkant geworden. Hoewel tegen een deels glimmend decor van boetieks, goedlopende eetgelegenheden en een opgepoetst Hilton gelden schooiende zigeunerkinderen nog immer als uitschot en is een enkele baby ‘s avonds nog op straat te koop . Een van de casino’s kreeg een ‘feestlift’ met gloeilichtjes in de bomen.

De clown en de gek
Een hand als een Roemeense kolenschop aait traag en onhandig mijn wasbeertje. Een plompe man ligt gekruld in een te klein bed op zo’n zweetmatras. Zijn ogen zijn onophoudelijk gericht op mijn handpop. En hij aait...aait... Vanuit een aangrenzend getralied vertrek kijkt schichtig een magere man en verdwijnt. De hand blijft aaien. Onwillekeurig twijfel ik een moment achter mijn clownsschmink. Is deze houding een valstrik. Draaien die twee kolenschoppen dadelijk mijn wasbeertje en dus mijn hand ‘de nek’ om? De psychiaters hebben me gewaarschuwd. Liever niet de gesloten afdeling bezoeken van deze psychiatrische kliniek. Dan breekt een brede glimlach door en de man met de kolenschoppen kust voorzichtig de neus van mijn wasbeertje. Op uitnodiging van de Roemeense Cliniclowns ben ik er opnieuw om verdiepende workshops te geven. Dit bezoek wordt gecombineerd met het oprichten van een tweede Cliniclowns initiatief in Timisoara, een ander gedeelte in Roemenië. Via omwegen hoorde men tevens van mijn Eindhovense project „mijn vriend de clown” voor dementerenden. En dus, is er nu ook nog een experiment aan mijn bezoek gekoppeld:…clown voor dementerenden. Officieel zou ik voor alzheimerpatiënten werken. Het blijkt op onnavolgbare Roemeense wijze uiteindelijk een deels gesloten afdeling  in een psychiatrische kliniek (lees inrichting) voor 60 mensen met alle uiteenlopende ziektebeelden van schizofrenie tot drugverslaafden, maar ook met 4 mensen met alzheimer in het laatste stadium.

Als mijn wasbeertje in haar soepbord wil duiken, moppert ze verontwaardigd. Ben ik te ver gegaan ? Dan corrigeert ze hem door haar lepel toe te schuiven. Soep eet je met een lepel, niet uit het bord. Dit verband legt deze 78-jarige oude vrouw met alzheimer toch nog. Een handpop die soep op een soeplepel probeert te scheppen en ook nog tracht zonder knoeien op te eten gaat mijn poppenspelkunst te boven. Als ik in de lach schiet lacht ze geluidloos mee en drukt mijn handpop aan de borst. Een zwaar verrimpelde vrouw in oude verschoten kleren op een oud verschoten bed. Op haar hoofd een muts zoals bij ons de gabbers modieus wezen. Dan praat ze plots honderduit tegen mijn pop, in het Roemeens. Iedere knik van zijn snuit daagt haar uit tot vervolg van een onbegrijpelijk verhaal. De begeleidende psychiater heeft haar in al die maanden gedwongen opname niet zien lachen en geen contact zien maken.

Schichtig kijkt hij opnieuw om de hoek van zijn getraliede kamer. Dan verdwijnt zijn angst onder de kleurenpracht van een levensgrote zeepbel op mijn hand. Zijn ogen tussen donkergrauwe wallen, stralen. Hij komt naderbij. Op de muziek van mijn polyphoon steek ik mijn handen uit. Hij legt de zijne erin. We dansen. Twee mannen dansen…een onmogelijkheid in het homohatende Roemenië, maar nu tussen een clown en een gek vervagen grenzen. Als ik hem later ‘bind’ aan de toekijkende vrouwelijke psychiater kust hij galant haar hand na afloop van hun dans. In zijn vale vervuilde blauwwit gestreepte pyjama sjokt hij op vieze blote voeten terug naar zijn kamer achter de tralies. Een brede grijns siert zijn gezicht. De eerste dag Boekarest. Er volgen nog 24 dagen.

Eindhovense schoolbanken
Links kijken tientallen heiligen vernietigend op ons neer. Vanaf de rechterwand kijken tientallen overleden schooldirecteuren ons nors aan. Daartussen ketsen kale hoge stenen gangen temperamentvolle voetstappen van honderden Roemeense schoolkinderen. Ik herken de lagere school uit mijn kindertijd, 40 jaar geleden. Deze lagere school is anno 2001 in Boekarest een voorbeeldschool. De directrice toont vol trots haar door UNICEF gemeubileerd ‘voorbeeldlokaal’. Rijen banken achter elkaar met ‘eeuwenoude’ schooltafels. Even later bezoek ik een ‘niet-voorbeeldlokaal’. Het betreft vermoed ik, banktafels uit het begin van onze jaartelling. Maar er is ook een klein internetlokaal en men is geïnteresseerd in contact met een Nederlandse school.

Op het schoolplein kijken zo’n 250 kinderen naar een optreden van de Cliniclowns met hun marionetten. Ontroerende aanleiding is een gift van speelgoed. Een kleurrijke zee van poppen, dinkytoys en ander speelgoed. Wie weet hoeveel ervan de afgelopen jaren vanuit Nederland is geschonken. Het ontroert omdat voor het eerst kinderen uit Roemenië hun eigen Roemeense Cliniclownsproject ondersteunen en oog hebben voor hun zieke leeftijdgenootjes. Roemenië helpt Roemenië en de nationale televisie legt dit vast. Wat zou het geweldig zijn wanneer het rijke Nederlandse Cliniclownsproject het Roemeense project financieel en artistiek in de toekomst wil adopteren. Dat ze niet langer meer afhankelijk zijn van het initiatief van een enkele Eindhovense clown en tijdelijke sponsoring. Acht clowns en de organisatie voor de prijs van f 30.000,- per jaar. Ik neem mij voor bij terugkomst het opnieuw weer eens te proberen. O ja, het psychiatrische ziekenhuis heeft voor haar muziektherapie een cd-installatie nodig, zodat de directrice niet iedere keer haar eigen ‘portable’ van huis hoeft mee te nemen. Enne, misschien weet ik bij Eindhovense scholen 420 tweedehands eenspersoonsbankjes en stoelen los te peuteren. Het is zaterdag en er volgen nog 22 dagen.

Roemenië 2 Vegetarische soep
„Please mister, money”?. Drie paar zigeunerogen kijken me aan vanuit hun 7, 8 en 9 jaar oude ziel. Anderhalf uur later hebben ze de Michael Jackson Moonwalk geleerd en enkele andere pantomime basisoefeningen. Het is 23.00 uur. Zal het ooit zover komen dat ook deze kinderen ‘s nachts in een bed slapen in plaats van in een heg ? Eerst het Cliniclownsproject. „Please mister, money” ?
In een restaurant vraag ik om een vegetarische salade. „Da da” (ja ja). Vervolgens komt een tweede ober: “ai spiek Ingliesj”. Ik vraag om een vegetarische salade. „Da da” (ja ja). Er komt een derde ober. „Ai spiek verrrie goed Inglies”. Ik vraag om een salade zonder vlees. „Da da” (ja ja). De vierde ober brengt me de salade;…gesnipperde zoute augurken vol spekjes.
In een eethuisje vraag ik om een vegetarische soep. De soep wordt gebracht met vlees. Ik geef aan dat ik om soep zonder vlees gevraagd heb. De ober loopt richting keuken. Nog juist zie ik dat het vlees uit mijn bord in een ander bord op het dienblad van een ober drie tafels verder wordt geschept.

Roemenië 2001 is deels onvergelijkbaar met 1994. De maatschappelijke en sociale verschillen zijn in tal van opzichten extremer geworden. Salarissen lopen uiteen van tweehonderd gulden tot duizenden guldens per maand. Hoewel dit laatste alleen geldt voor een uiterst smalle toplaag zoals televisiesterren. De gemiddelde Roemeen blijft op f 200 à f 400,- steken, terwijl het dagelijks levensonderhoud niet verschilt met het Nederlandse. Alleen het ‘uit eten’ is de helft tot tweederde goedkoper. Ondanks talloze hulpprojecten slapen honderden lijmsnuivende zwerfkinderen nog steeds in rioleringen en metro’s. Bovengronds rijden blinkende geblindeerde auto’s af en aan voor de casino’s. De democratie is er met een meerpartijenstelsel gevestigd. Maar degene met de grootste mond uit het voormalige communistische regime, Iliescu, is opnieuw gekozen tot president bij gebrek aan beter.
Op straat verkopen oude vrouwen en nog niet zo’n oude vrouwen alles wat verkoopbaar is. Zeven jurken hangen tegen een hek, een tapijtje is bedekt met iele bosjes bloemen, 27 krakelingen aan een henneptouwtje hangen voor ‘een grijpstuiver’ en 10 paar dameshakken staan op de bips van een auto en wachten op een koper. Daarentegen staat bij Mac Donalds iedere middag een rij wachtenden voor een plaatsje op het overvolle terras. Armoede en rijkdom, corruptie en goedlopende hulpprojecten, Trabants en Mercedessen, wordt er nog maar wijs uit. Er is vrijheid gekomen, welzeker. Marcela, 32 jaar en een van de meest gedreven Cliniclowns verhaalt van Çeausescu’s tijd. Iedere familie had wel een buurman of familielid die het ‘oog’ was van de gehate securitas (geheime politie). Toen zij 18 was at zij voor het eerst in haar leven een sinaasappel. Met kerstmis stonden rijen mensen in haar dorp te wachten voor de winkel, in de hoop een sinaasappel te krijgen. Deze waren alleen met kerst verkrijgbaar. Als kind stond zij iedere dag 3 keer in de rij voor een brood. Per familie een brood in de ochtend, in de middag, in de avond. In de winter was de maximale temperatuur in de eenkamerappartementen 5 *C. Centraal geregeld en dus gecontroleerd. Toch neemt ze Çeausescu niet alles kwalijk. Deels moest hij van de geallieerden alle doden uit de tweede wereldoorlog ‘terugbetalen’. Roemenië had voor de nazi’s en dús fout gekozen.

Geluidloos applaus
Een geluidloos applaus valt me ten deel. Een hoopje mens, 85 jaren oud, ligt op zo’n zweetmatras opgerold. Gezicht naar de muur. Achter een getraliede deur. Ik ga naar binnen. Mijn wasbeertje kruipt op 2 meter afstand via de muur centimeter voor centimeter dichterbij als is hij op onderzoek. Het hoofd van de man met 23 stoppels op de kin, draait minimaal. Troebele ogen met gele slijmslierten gaan open. Ik houd mijn adem in. Mijn wasbeertje blijft de brutaliteit zelf en trekt zich niets aan van psychische ziektes, slijmerige omstandigheden, urineluchten en bange clowns. Dan komt er beweging onder de dekens. Een bevende hand zoekt het wasbeertje en het wasbeertje zoekt een bevende hand. Contact. Een onzichtbare glimlach in een gezicht met 1 tand. De hand en het beertje dansen een minidans op de klank van een minimuziekdoosje. De hand knijpt in het zwarte puntje van de snuit. De mond gaat open en wil het puntje van de snuit in de mond nemen. De tong wordt zichtbaar. Zuigreflexen van een baby bij een 85 jarige man. Als het muziekje stopt brengt het wasbeertje zijn hand weer onder de dekens. De hand van een clown streelt zijn wang. De man draait zijn hoofd weer wat verder. Zijn  ogen kijken me aan. Even die peilloze diepte van een ontmoeting tussen twee zielen.

Bij het weggaan staat een andere gek voor me. Hij heeft het tafereel gadegeslagen en buigt licht voorover, vouwt dan zijn handen voor de borst en klapt in slowmotion een geluidloos applaus. Hoezo gek. In de gang staat een beer van een jonge kerel voor me. Holle ogen in een dreigend bleek gezicht. ‘One flew over the cuckoos nest’. Armen vol tatoo’s. Hij kijkt me strak aan. Strak onder de medicijnen. In een patstelling klautert mijn wasbeertje via mijn arm naar zijn arm. Verschrikt trek ik hem aan zijn staart terug. Hij trekt de handpop naar zich toe tegen zijn borst en aait in trage bewegingen. Dan ziet hij het gevolg van psychiaters, draait zich om naar de buitendeur, schreeuwt en begint er op te bonzen. Twee verpleegsters beginnen tegen hem te schreeuwen en de psychiaters snellen toe. Mijn wasbeertje nestelt zich op zijn schouder en ik kijk hem aan. Als vanzelfsprekend loopt hij met me mee en opent zijn kamerdeur. We gaan naar binnen. Het kijkgaatje in zijn deur is met een papier bedekt. Wat zich de komende 10 minuten op zijn kamer afspeelt tussen hem en mij blijft voor de psychiaters en ook voor u geheim. Een clown en een gek hebben zo hun geheimen.

De dagen in de kliniek zitten vol gebeurtenissen. Van een “I love you” roepend meisje dat luid een zelfgeschreven gedicht voor de clown declameert tot een zaal vol getraliede bedden waarop mannen apathisch onder de medicijnen liggend na zo’n twintig minuten ballonnen slaan, zeepbellen blazen, zakdoekjes wegtoveren en met een marionettenballerina dansen. De psychiaters kijken hun ogen uit en de tweede dag heb ik al een camera van de nationale televisie achter mijn clownsbroek wat bijzondere reacties bij de patiënten teweeg brengt. Het zielige Duits pratende dametje van de eerste dag blijkt in zicht van de camera genezen van alle depressies. Ze wenkt de camera naar haar bed, dirigeert de clown waar te gaan staan en bepaalt dat het “I love you” roepende meisje haar tekening van die dag laat zien, wat deze laatste maar al te graag doet. Het dametje orakelt onderwijl haar overgebleven haren fatsoenerend, een Roemeense verhandeling over de clown die haar leven in de psychiatrische kliniek opnieuw zin geeft. Mijn idee is om de volgende keer niet met een clown te experimenteren maar met televisiecamera's.

Dokter van mijn hart; 4e en laatste dag
De jonge psychiater met het uiterlijk van Oliver Hardy besluit de vrouwenafdeling binnen te komen. Acht minuten heeft hij door een klein kijkvenster van 10 bij 10 centimeter geobserveerd. Bij zijn binnenkomst roept de jonge vrouw  “he is my doctor”. Dan kijkt ze mij met twinkelende ogen aan: “he is my doctor of my body and you are the doctor of my hart”. Acht minuten eerder nam ze mij met ruwe en ongecontroleerde bewegingen van alles uit handen: de koffer, mijn handpop, mijn muziekdoosje. Acht minuten later tovert ze met gracieuze bewegingen zeepbellen. De zeepbellen hebben haar schokkerige motoriek overwonnen. Op de gesloten mannenafdeling leidt mijn binnenkomst op deze vierde en laatste dag tot een kwajongensachtige drukte. Stoelen worden klaargezet, sigaretten uitgedeeld. De heren zijn klaar voor entertainment. Een ontwikkeling in vier dagen van apathie tot uitgelatenheid. Met mijn clownskont tegen de kribben besluit ik niet in te gaan op de verwachtingen.

Rechts in de hoek op bed zit opnieuw wezenloos mijn ‘man met de grote handen’. Geen spoor van herkenning en als enige geen spoor van blijdschap. Starende lege ogen. Op een meter afstand staat een meisje, 12 jaar schat ik haar. “His daughter” roept iemand. Zonder woorden vouw ik haar hand open en schmink mezelf als clown. Haar hand dient fictief als spiegel. Haar vader toont geen reactie. Als ik hem het doosje rood geef om mijn neus te schminken, veegt hij traag de schmink over zijn eigen wezenloze gezicht. Zijn dochter wil hem corrigeren. Ik besluit hem verder te schminken. Tot slot krijgt hij een hoed op. Geen reactie. Ik houd hem een echte spiegel voor. Geen reactie. Handel ik wel juist ? Ik twijfel en balanceer op het slappe psychische koord. Hij krijgt mijn wasbeertje en ik daag hem met een tweede handpop uit tot spel. In tegenstelling tot de eerste dag volgt nu slechts een trage eerste reactie. Zijn ziekte en medicijnen staan nauwelijks reactie en geen emotie toe. Althans dat is de veilige uitleg waarin ik mijn eigen handelen buiten beschouwing laat. Starende lege ogen en een verdrietig ogende dochter. Dan besluit de magere man met het ingevallen gezicht, half bedekt door een te grote zwarte bril, om zich in het spel te mengen.
Woordeloos ontwikkelt zich de volgende volkomen geïmproviseerde scene waarin alle zeven mannen hun inbreng hebben. Tussen twee kapstokken wordt een laken gespannen als poppenkastdecor. Twee mannen krijgen mijn handpoppen. Op hun knieën achter het laken spelen ze een spel met in de hoofdrol stinkdier en konijn, die juist boven het laken uittorenen. De magere man met wallen onder de ogen bedient het speeldoosje. De anderen zijn het publiek en bemoeien zich als een stel kinderen met het verhaal. De psychiaters observeren met open mond. Ik zit naast ‘mijn man met de grote handen’ en naast zijn dochter.  Dan besluiten konijn en stinkdier tot een vrijpartij met bijbehorende geluiden. Schaterlachend publiek. Schaterlachende psychiaters. De man met de grote handen knijpt met enorme kracht in mijn hand en begint te lachen tot er tranen uit zijn ogen komen. Zijn dochter lacht eindelijk mee. Ik heb de overkant van het koord gehaald en van binnen huil ik. Beide spelers steken hun hoofd boven de lakens uit. Het ‘applaus van duizenden’ nemen ze uitgebreid in ontvangst.

Bij mijn afscheid mis ik hen al. In gedachten beloof ik hen mijn best te doen dit experiment als project voort te zetten. In de evaluatie met het psychiatersteam wordt tot een workshop voor hen besloten. Communicatie zonder woorden met de internationale taal van mimiek en de ogen. In de komende internationale alzheimer-wereldconferentie op 12 juni zal van het experiment worden verhaald. Met mogelijk vervolg als resultaat.

Roemenië 3 vuilnisbakkenras
Voor de duizenden schurftige zwerfhonden in Boekarest is een oud plan uit de vuilnisbak gehaald. Per district worden de honden gevangen, gecastreerd en ingeënt. Indien zich na twee weken geen eigenaar heeft gemeld worden ze afgemaakt. De vorige keer heeft in het kielzog van Brigitte Bardot de halve wereld dit plan in de vuilnisbak doen belanden. De situatie op straat is onhoudbaar geworden. Tientallen ‘bijtincidenten’ per dag en nacht. Angst op straat. Misschien slaapt Brigitte dit keer. Nederland en Engeland met hun moord op duizenden runderen en varkens zullen dit keer wel zwijgen.

Achter het peperdure casino en Hilton ligt een dagmarkt. Tientallen dorpelingen staan zij aan zij met hun emmertje champignons, hun trosjes radijzen, hun handtassen met prei en hun tafelkleedje met appelen. Verweerde handen en gezichten en tandenloze monden schreeuwen hun faillissement uit. Met hun dagloon van f 10,- vertrekken ze later op de dag weer naar hun dorpen. Morgen zijn ze er weer. Intussen spelen de vliegen hun vieze spelletjes op de vlees- en viswaren. Het is bloedheet vandaag. In het asfalt van de trottoirs van Boekarest verworden mijn voetstappen tot geschiedenis. Iedereen laat zijn voetafdruk achter in het smeltende asfalt. Het lijkt een grote ‘Hall of Fame’.

Cliniclowns 1
Vandaag observeer ik de Cliniclowns in het kinderziekenhuis. Tot mijn verrassing krijgt het ziekenhuis een geweldige facelift, mogelijk gemaakt door een miljoenengift van Japanse zakenlieden. Een nieuwe entree, gestucte plafonds en fris geschilderde gangen, wel op zijn Roemeens natuurlijk. Gewoon over leidingen en telefoondraden heen schilderen. Afplakken is een onbekend woord. Betegelde vloeren, vloerbedekkingen, nieuwe verlichting, toiletten vernieuwd etc. etc. etc. De chirurg stapt zelfs met steriele latex-handschoenen uit de operatiekamer om vervolgens daarmee de hand te drukken van een vertegenwoordiger, die zijn hand ‘ongezien’ weer aan zijn zwarte pak schoonveegt. Zichtbare ontwikkelingen. Hiermee vervalt het schrijnende verslag dat ik in 1994 schreef. In de kamers van kinderen zie ik speelgoed.
Hoewel de kinderen en ouders blij zijn met het clownsbezoek, vind ik het artistieke peil niet op het niveau dat ik me wens. Dat worden nog pittige discussies en workshopdagen. Nog steeds is artistieke en financiële ondersteuning vanuit Nederland nodig. Jammer, maar een feit. Mogelijk kan aan samenwerking worden gedacht met het Nederlandse Cliniclownsproject. 
Vanmorgen heb ik met een vroegere onderwijscollega Cor Hussaarts gebeld. Hij gaat proberen tweedehands Eindhovens schoolmeubilair te verzamelen voor de ‘voorbeeldschool’ in Boekarest.

Roemenië 4; Boekarest
Een man scheert zich op straat. Een autospiegel en een plas water op straat zorgen ervoor dat het uiterst zorgvuldig gebeurt. Wanneer ik over het immense plein loop voor het Nationale Museum, loop ik over recente geschiedenis. Aan de overkant het grote paleis waarvandaan dictator Çeausescu in een helicopter zijn lot trachtte te ontvluchten. Ruim elf jaar geleden. Tussen de zeven jaren dat ik Boekarest bezoek heb ik het plein volledig gerestaureerd zien worden. Een indrukwekkend centrum met tientallen schitterend monumentale gebouwen. Vanavond wordt het eerste grote internationale dansfestival van Boekarest georganiseerd op een steenworp afstand van dit plein. Ik ben uitgenodigd in een bonbontheater à la de Leidse Schouwburg. De openingsvoorstelling is decadent modern van Deense oorsprong. Wat kan kunst ver verwijderd raken van schoonheid, het hart en gevoel. Het applaus is langdurig. Boekarest telt voortaan mee in de moderne wereld.

Op de terugweg langs een tiental sjieke restaurants, een Mac Donalds en pas geopende boetieks besef ik opnieuw een niet te stuiten voortgang. Nu al zijn de boerenkarren met daarop grote zigeunerfamilies nagenoeg uit het straatbeeld verdwenen, verdreven naar de naargeestige buitenwijken en veraf gelegen dorpen waar de tijd geen grip krijgt en stilstaat. Voornamelijk hier zal de armoede zich in de toekomst concentreren evenals achter de façades van kleine ziekenhuizen, weeshuizen, psychiatrische klinieken, kleine scholen voor de armen en in de betonnen buitenwijken met hun een- of tweekamerappartementen waar eenieder woont met hoop op groter, beter en mooier, maar met uitzicht op hopeloos. De Roemeense economie is wankelend. Toch spant Europa en met name Amerika zich het laatste jaar enorm in met gigantische investeringen in de Roemeense economie. Hen is er alles aan gelegen Roemenië als een stabiele factor in de Balkan te behouden. De communistische herkozen leider Iliescu voelt zich daardoor strikt gebonden aan internationaal gemaakte afspraken. Het zal mijn ‘man met de grote handen’ in de psychiatrische kliniek een zorg zijn. Zijn leven zal zich de komende jaren voorlopig blijven afspelen op vervuilde onhygiënische zweetmatrassen op haveloze bedden tussen verveloze muren in een gesloten getralied hok.

Roemenië 5; betoeterde begrafenis
Zo wil ik ook wel begraven worden. Een twintigtal auto’s rijdt achter een matzwart en ingedeukt bestelbusje op te hoge wielen, waarin een lijkkist. Alle auto’s claxonneren onafgebroken en torpederen daarmee luidruchtig en volledig het drukke binnenstadsverkeer van Boekarest. Een oude handdoek om de buitenspiegel gedraaid geeft aan dat het om een begrafenis gaat. Een laatste aandacht, een laatste eer van het verkeer van Boekarest.

Het dorpje Valea Plopului, de priester en de clown
Zelfs de schapen kijken en lachen. Een zigeunerwagen komt aangehobbeld en stopt. Drie zigeunermannen staan op de wagen en kijken. Vijf arbeiders die een boom tot planken zagen met een cirkelzaag die op ingenieuze wijze wordt aangedreven door een roterende as gekoppeld aan een tractormotor, stoppen hun lawaaierige werk en kijken toe. Een tiental volwassenen kijkt staand. Een dertigtal kinderen kijkt zittend op een oud vloerkleed van 6 bij 6 meter. Twee bij twee meter is ingeruimd als speelvlak. Twee Cliniclowns spelen met hun marionetten hun spel. Voor het eerst in het bestaan van dit dorpje tussen de heuvels op 2,5 uur rijden van Boekarest, zien bewoners theater. De volwassenen  lachen hun tandenloze lach. De kinderen gillen het uit van plezier. Zelfs de schapen kijken en lachen, tot Mihai hen met een stok op andere gedachten brengt. Schapen horen te grazen, niet te lachen. Mihai is schapenhoeder en lacht me schaapachtig met een oog toe. Het andere oog kijkt de andere kant uit naar de voorstelling.

Dit dorp is het meest bijzondere dorp dat ik tijdens mijn vele clownsreizen bezocht. Het bestond zeven jaren geleden uit zestig inwoners. Nu leven er 170 kinderen extra. 170 ‘abandoned’ (afgestane) kinderen uit de straten van Boekarest, ooit kansloos, nu onder de hoede van de orthodox priester Nicolae Tanase ondergebracht in dit dorp. Een groot aantal inwoners ontfermden zich over de kinderen en daarnaast zijn een aantal nieuwe huizen gebouwd, of zijn nog in aanbouw. Na de voorstelling loop ik een houten trap op van een deels betonnen en een deels in vrolijke motieven bewerkt houten huis. Ik laat mijn bemodderde schoenen achter.
Naast een keuken bevinden zich 3 kamers met in elk 7 ledikantjes. Er slapen kinderen in de leeftijd van 5 maanden tot 2,5 jaar. Twee moeders en een meisje van 16 bemoeien zich vrolijk met 2 niet slapende baby’s. Iedereen loopt op pantoffels. Op de vloer ligt een vrolijke variëteit aan vloerkleden. Een van de vrouwen is dorpeling. De andere mishandelde vrouw vond hier met haar kind onderdak en helpt mee baby’s te verzorgen. Buiten het eigen kind zijn alle andere baby’s ‘abandoned’. Het meisje van 16 is zelf als zwerfkind hierheen gebracht. Zij krijgt de verantwoording over een baby en men leert haar het kind op te voeden als een moeder.

Ten tijde van de communistische dictatuur van Çeausescu waren abortus en voorbehoedsmiddelen op straffe van zware gevangenisstraffen verboden. Alle vrouwen tot 45 jaar waren verplicht kinderen te baren. Duizenden vrouwen en kindvrouwen overleden in gruwelijke omstandigheden door illegale primitieve en onhygiënisch uitgevoerde abortussen, uitgevoerd door ondeskundige zigeunervrouwen. Andere vrouwen stonden hun kinderen af aan weeshuizen of ‘dropten’ hun kinderen op straat, omdat het onderhoud onbetaalbaar was. De mensonterende omstandigheden in de weeshuizen waren de afgelopen jaren wereldwijd via televisiedocumentaires te zien. Langzamerhand verandert de situatie. Maar nog steeds zwerven honderden kinderen lijmsnuivend over straat, in de metro’s en in de rioleringen.

Degelijk opgezette projecten moeten vaak na twee of drie jaar stoppen omdat structurele sponsoring en subsidiëring ontbreken. Na de val van Çeausescu en daarmee het communistische regime is voorlichting en zijn voorbehoedsmiddelen stap voor stap via particuliere initiatieven onderdeel van opvoeding geworden. Zo werd me op een avond bij een terrasje naar mijn condooms gevraagd. Het waren in sexy uniform gestoken jongeren met de naam ‘sexpolitie’. Indien iemand geen condoom kon tonen, kreeg hij of zij als boete een gratis condoom en moest de naam worden geschreven onder een verklaring voortaan alleen met condoom te vrijen. Door de slechte economische omstandigheden staan nog steeds tientallen vrouwen hun kinderen af aan zieken- of weeshuizen of andere instellingen. De moeders kunnen hun kinderen geen eten, kleren en onderdak bieden vanwege de schrijnende armoe. De staat geeft per kind een veel te geringe bijdrage per maand.

Pater Nicolae Tanase heeft op dit moment na 7 jaren, 170 kinderen ondergebracht in zijn dorpje. Deels bij dorpelingen. Deels bouwde hij met hulp van Anca (architekt) en ander vrijwilligers 3 grote huizen en zijn er 4 al een jaar in aanbouw en deels bewoond. Afgestane, mishandelde en verkrachte kinderen krijgen er onderdak en scholing en leren een ambachtelijk vak. Hij gaf moeders die wilden aborteren de mogelijkheid hun kind wel ter wereld te brengen. Ze kregen er onderdak, eten, kleren en werk. Zelfs kindvolwassenen ouder dan 18 jaar leven in groepen bij elkaar in de grote huizen, met een ‘kunstmoeder’ met kleine kinderen als tegenwicht. Want 18 jaar leven in rioleringen en metro’s levert een wereldvreemd en schizofreen levenspatroon op. Deze kindvolwassenen leveren dan ook de grootste problemen op in dit dorp. Alles wordt gedaan door vrijwilligers. Materialen, eten en kleding komt via hulp van andere priesters en soms via eenmalige giften uit het buitenland. Het dorp, de aparte huizen, het leven is er een grote improvisatie, waarin deze 43 jarige priester de practische en geestelijke motor is.

Mijn bezoek samen met twee Cliniclowns en mrs. Zugravescu (arts en leider van het Roemeense cliniclownsproject) aan dit dorp heeft een reden. Met de priester bespreek ik de mogelijkheid om in de zomer van 2002, twee weken workshops te geven aan de kinderen van 5 tot 15 jaar. Samen met Nederlandse en Roemeense artiesten. Schminken, clownerie, acrobatiek, muziek, poppen- en maskerspel kunnen de basis vormen. Pas na het vernemen van mijn bijdrage aan het Nederlandse cliniclownsproject, ‘Mijn vriend de clown’ voor dementerenden en het Roemeense cliniclownsproject begrijpt hij dat kunst en artisticiteit een wezenlijke bijdrage kunnen leveren. Dat de kern van mijn werken een ontmoeting is van kinderen met kunst , met fantasie, met creativiteit waarmee je een wending aan de werkelijkheid kunt geven of gewoon even spelplezier kunt hebben. We besluiten dit kleine project volgend jaar een kans te geven. De komende maanden hoop ik artiesten in Nederland te kunnen overtuigen op vrijwillige basis aan dit project deel te nemen.

Anekdote.
In 1977 toen de priester er als jonge broekeman al priester was, vernielde de grote aardbeving het kerkje. Tot geluk van Çeausescu, want de kerk was zijn geestelijke vijand. Hij verbood herbouw en iemand van de securitas controleerde dit iedere dag. (Ieder dorp, iedere straat, iedere familie werd door de securitas in de gaten gehouden). In de nacht werd in het diepste geheim samen met de dorpelingen de kerk steen voor steen herbouwd. Gaandeweg werd dit ontdekt en moest iedere dorpeling, incluis de priester een document ondertekenen dat hij vanaf heden van herbouw afzag.  Drie nachten later startte de herbouw weer in het diepste geheim. Na een tijd werd dit opnieuw ontdekt. De priester werd geconfronteerd met de door hem ondertekende verklaring. Zijn repliek was dat hij zich inderdaad ‘vanaf heden’ van herbouw had onthouden. Alleen was ‘vanaf heden’ na drie dagen alweer verleden tijd. Het kerkje pronkt nu als centraal punt op dit moment tussen de huizen van het dorpje waar de kinderen een nieuwe reden tot bestaan vinden, naar school en kerk gaan en een ambacht leren. Zonder hulp van regering, structurele sponsors, psychologen, opbouwwerkers, improviserend van dag tot dag. Een dorpje met een kloppend hart, ergens in de bergen van Roemenië ver van de rioleringen van Boekarest. ‘s Avonds terug in Boekarest aan het bier in een internationale pub, vraag ik me af wie van de goedgeklede bezoekers misschien een ton overheeft om in dit dorp wonderen te verrichten.

Cliniclowns 2
Na een tiental dagen van workshops aan de Cliniclowns en een nieuw bezoek aan hun ziekenhuis word ik uitgenodigd door een andere organisatie van mrs. Zugravescu. Het betreft een Roemeense hulporganisatie voor mishandelde vrouwen met eventueel kinderen. Gestart na een eerste gift uit Nederland van f12.500,- is ze  gegroeid tot een zeer practisch ingestelde organisatie. Op de bovenste verdieping bevindt zich een in heldere en frisse kleuren ingerichte behandelkamer waar de psycholoog gesprekken heeft met mishandelde vrouwen. De kamer straalt rust en sfeer uit met uitzicht op twee prachtige bomen. De vrouwen worden doorverwezen door bijvoorbeeld politie, arts of via mond op mond reclame. Als het ouders van verkrachte kinderen betreft zijn het meestal de arts of scholen die de ouders en kinderen doorverwijzen. In een aangrenzende kamer is een kleurrijke speelkamer ingericht voor de kinderen. Op dit moment worden zo’n 100 vrouwen geholpen via gesprekken en in het daadwerkelijk zoeken naar mogelijke oplossingen om verandering in hun situatie te brengen.

Een project dat tevens op stapel staat is het oprichten van een hulptelefoonlijn voor kinderen. Maarrr…tot en met september kan de organisatie nog voortbestaan via een illegale sponsoring door de Nederlandse ambassade. Daarna moet het geld gevonden worden via andere wegen. In dit geval is er geld beschikbaar via MATRA. Hiervan kan alleen gebruik worden gemaakt als er een nauw samenwerkingsverband wordt aangegaan met een Nederlandse NGO (non governemental organisation). Maar hoe vanuit Roemenië een inhoudelijk juiste partner te vinden in het doolhof van Nederlandse hulpinstanties. Blijkbaar staat het water hen echt aan de lippen als de voltallige staf bijeen wordt geroepen voor een gesprek met een Eindhovense clown. In een half uur tijd weet ik via wat telefoontjes mogelijke ingangen  te vinden, maar tot op heden is er nog geen duidelijkheid. Ideeën zijn welkom.

Intussen is tijdens mijn laatste bezoek aan het kinderziekenhuis de verrassing groot bij het zien van het spelpeil van de Cliniclowns. Het lijkt alsof alles wat in de workshops van de afgelopen jaren aan bod kwam, in combinatie met mijn laatste workshop eindelijk als puzzelstukjes in elkaar past. Kinderen op de afdeling zware brandwonden lachen, ouders vergeten even hun schuldgevoelens en verantwoordelijkheidsbesef en genieten zichtbaar. Twee kinderen met aids in een laatste stadium, zijn nauwelijks in staat enige reactie te tonen. Wanneer beide clowns alles wat maar voorhanden is in het lokaal met hun eigen visie totaal andere functies geven, komt onweerstaanbaar het moment dat de mondhoeken van de twee een glimlach vormen. Tot meer zijn ze lichamelijk en geestelijk niet meer in staat. Hun ogen volgen nauwgezet iedere beweging van de clowns. Hun moeders hebben plezier bij het zien van zoveel intellectueel onbenul, wanneer een prachtig verhaal als een sprookje in djabbertalk (onzintaal) wordt voorgelezen, terwijl een medisch boek op zijn kop wordt gehouden.

Een jongen van 14 jaar met zijn hoofd gruwelijk misvormd, wacht op de gang. Ik zie hem iedere keer schrikken als huilende kinderen voorbij komen, rennende verpleegsters brancards wegrijden met van pijn schreeuwende kinderen, de deur van de operatiekamer opengaat en een blik op ontvelde lijfjes wordt gegund. Ik besluit, hoewel niet gekleed in clownskleding, mijn neus op te zetten en mijn handpop uit de tas te halen. Bij het zien van mijn neus en maffe blik, schiet hij in de lach om direct te verstijven bij de aanblik van mijn handpop. Mijn wasbeertje schrikt net zo hard en kruipt onder mijn oksels. Voorzichtig een snuit en weer weg. Vijf minuten zijn nodig om met omzichtig spel zijn vertrouwen weer te winnen. Zijn moeder vindt het maar niks, maar als hij uiteindelijk lachend het wasbeertje aait en zelf met zijn handen manipuleert en er een spel mee speelt, vertelt zijn moeder zijn verhaal. Helaas in het Roemeens. In de hektiek van de daaropvolgende momenten vergeet ik het voorval. Twee dagen later vertaalt een van de Cliniclowns die ervan getuige waren bij toeval wat de vrouw zei. Haar kind was gruwelijk verminkt door de aanval van een aantal zwerfhonden een paar dagen geleden. Hij was in eerste instantie geschrokken bij het zien van mijn wasbeertje. Daarna was het voor het eerst dat ze hem had zien lachen sinds de gebeurtenis. De clowns werken die middag op het hoogstaande niveau dat ik voor ogen heb gehad toen Patrice en ik zeven jaar geleden voor het eerst in Boekarest van start gingen. Ik kan de Nederlandse sponsor dan ook met trots verslag uitbrengen wanneer ik na een maand terug kom.

Theaterbeleving met cola
Uit een gemotoriseerde koektrommel op wielen stromen tachtig kinderen de straat op. Vervolgens gaat de volumeknop open bij zes vrouwen. Met hun op hard roepen getrainde stemmen worden de kinderen het theater ingeschreeuwd. Het blijken de leerkrachten. Ook tijdens de voorstelling blijven hun snerpende stemmen het theaterspel mateloos storen. Alleen op de momenten dat ze uit hun colaflessen drinken is het even rustig. Het is de derde keer deze maand dat ik een poppenspelvoorstelling bezoek en het lijkt of er maar een soort leerkrachten bestaat…schelle stem en cola drinkend. Het poppenspel in Roemenië is gebaseerd op een traditie van eeuwen. Kinderen krijgen het spel met de ‘poplepel’ ingegoten. Waardoor waarschijnlijk verklaarbaar is waarom volwassenen in de psychiatrische kliniek zo positief op mijn handpop reageren. Alleen al in Boekarest zijn er 5 professionele poppen- en kindertheaters die 6 dagen per week met 200 tot 300 schoolkinderen vol zitten. Het tot orde roepen heeft prioriteit boven theaterbeleving. Aan de andere kant zijn de zalen oud en nauwelijks onderhouden. De zichtlijnen zijn slecht, de stoelzittingen hangen versleten naar beneden. En de ‘gastjes’ worden ontvangen door twee snauwende ordebewakers, die onder leiding staan van een bewaker met een oog en 1 1/2 been. Even is het oudcommunistische regime weer zichtbaar.

 

Timisoara en 40 doden
Een spookachtig of is het een mysterieus schijnsel van honderden kaarsen beweegt haar schaduw over de gezichten van de levenden. „Deze kaarshouder is voor de doden. Aan de andere kant van de kerk zijn de kaarshouders voor de levenden”. Cliniclown Marcela troont me mee naar een kiosk achter in de kerk. De kerk waarrondom de revolutie begon. Tijdens de dienst op zondag in een overvolle kerk drijven priesters hun gouwen handeltje met de verkoop van duizenden kaarsjes en religieuze prullaria als kettinkjes, lichtjes, kaarten etc. Het stinkt. Schroeilucht. Met haar arm boven de honderden kaarsen voor de levenden graait een gegroefde boerenbruine hand in het water en gesmolten kaarsvet op zoek naar kaarsstompjes onder dit deels vloeibare oppervlak. Als ik aan haar dikke wollen onbestemd gekleurde mouw trek en op de oorzaak van de schroeilucht wijs, krijst haar stem achter in de kerk boven het serene kerkgezang uit en weet ik even de aandacht op me gericht van honderden kerkgangers en waarschijnlijk ook van de doden. Bij het verlaten van de kerk ronkt een rondbuikige zwerver slapend tussen andere bedelende eenarmige en nietbenige zwervers ongestoord verder.
Timisoara met haar kerk ligt op 600 kilometer afstand van Boekarest. De kogelgaten tegenover het nabijliggende schitterende operahuis getuigen van het begin van de revolutie in de nacht van 16 op 17 December 1989. De dreigende arrestatie van de priester en het cordon van inwoners ter bescherming rondom zijn huis lokten honderden mensen. De massa groeide op tal van plaatsen tot duizenden protesterenden. Op 17 December werd door de politie en de geheime politie het vuur geopend op burgers. Veertig mensen vonden hun dood voor de kerk van Timisoara. Hun lijken verdwenen. Verbrand ?
Het verzet groeide, de stad werd door militairen hermetisch afgesloten. Telefoons werden zoals gewoonlijk afgetapt. Maar via radio Free Europe en voorzichtig geformuleerde telefoongesprekken werd de opstand in Timisoara in heel Roemenië bekend.

Op 20 december begaat dictator Çeausescu zijn grote fout. Met spoed uit het buitenland teruggeroepen organiseert hij een grote meeting op het immense plein voor het paleis van de centrale communistische partij in Boekarest. Wat een propagandistische peptalk moet worden, wordt na enkele ogenblikken verstoord door luidruchtige protesten door enkelen van de tienduizenden toegestroomde aanwezigen. Al snel slaat de stemming volledig om in een grote schreeuwende protesterende mensenmassa. „Weg met Çeausescu”. Op 21 December rollen tanks de straten van Boekarest binnen. Er wordt geschoten. De eerste burgers in Boekarest worden vermoord. Discussies tussen soldaten en burgers. Verwarring. Huilende soldaten. Nu nog getuigen geïmproviseerde houten kruizen op de pleinen en in plantsoenen van de doden. Het protest blijft toenemen. Çeausescu vlucht op 22 December met zijn vrouw in een helicopter vanaf het dak van het monumentale paleis van de communistische partij. Hij wordt later bij zijn verdere vluchtpoging aangehouden en na een schijnproces samen met zijn vrouw op eerste kerstdag 1989 geëxecuteerd.

In Timisoara getuigen enkele monumenten van een niet te vatten dagelijkse werkelijkheid onder het communistische regime. Tussen 1951 en 1958 (dus in vredestijd) werden duizenden families uit de regio Banat uit hun huizen geplukt en met alleen een bundeltje kleren zonder voedsel 600 kilometer verderop in kale velden gedropt. Daar moesten ze met bedelen in de dorpen maar zien te overleven. Ze hadden de pech van Duitse afkomst te zijn of anti-communistisch te denken. De huizen en bezittingen werden ingenomen door de communistische partij. Op het gebouw van het voormalige tribunaal prijkt een plaquette. Hier werden na de oorlog tussen 21 en 26 juni tientallen leiders van het anti-communistische verzet veroordeeld, waarna ze verdwenen. Een ander monument van opeengestapelde mensen herinnert aan de revolutie.

In deze trotse universiteitsstad met prachtige gerestaureerde gebouwen met Oostenrijkse en Hongaarse invloeden en een toefje Oosterse stijl en schilderachtige Anton Pieck fantasieën, mag ik in vijf dagen tien psychologiestudenten opleiden tot Cliniclown, wat natuurlijk niet lukt. Tegen de afspraak in hebben slechts twee mensen een theateropleiding. Opnieuw blijkt dat mijn beroep een vak is en geen roeping. Als compromis stel ik voor de twee theatermensen op te leiden tot handpoppenspelers in het ziekenhuis. In een later stadium zullen Roemeense Cliniclowns hen verder op leiden. Als…we weer wat sponsorgeld vinden. In ieder geval gaat het project wel van start. Op 24 mei verlaat ik Timisoara en vertelt mrs. A. Zugravescu (medicus en leider van de Roemeense Cliniclowns) tijdens een 10 uur durende treinreis terug naar Boekarest het verhaal. Het verhaal hoe de revolutie begon. Meermalen wijst ze op haar armen. Kippevel.

Wonen onder een putdeksel
Twee jongens van 11 jaar met gore stinkende kleren slaan elkaar tot bloedens toe. Twee jongens van 16 jaar rammen op hen in. Een jongen trekt een mes, jongleert er mee en dreigt te steken. Een jonge totaal verwaarloosde vrouw springt krijsend op hem af. Hoewel in verwachting schopt de jongen tegen haar buik. Een Joodse jongen in traditionele kledij probeert de vrede te herstellen wat hem een moment van rust geeft als hij bewusteloos wordt geslagen. Dit alles speelt zich in 15 minuten af tussen oude roestige buizen en pijpen ergens onder de grond van Boekarest, nagebouwd op het podium in een van de vijf jeugdtheaters van Boekarest. Het spel wordt gespeeld door 10 jongeren die in de rioleringen van Boekarest wonen en door twee studenten van de theateruniversiteit. De regisseur is een vierdejaarsstudent theater. Met een overrompelende start en met uiterste professionele precisie geënsceneerd, ontwikkelt zich een spel dat buiten het theater de werkelijkheid is van deze jongeren. Ik word meegesleept in hel en verdoemenis en ben mijn emoties niet de baas als de spaarzame liefdevolle momenten in rauw geacteerde scènes hopeloos worden vermoord. Zelden heeft theater me zo geraakt. Recht in het hart, recht uit het riool. Zo overrompelend professioneel dat ik al mijn theaterervaring achter me laat en mee afdaal onder de putdeksels van Boekarest, het huis van deze kinderen. De zaallichten gaan aan. Een ovationeel niet meer te stoppen applaus. Twaalf jonge mensen van 11 tot 16 jaar leren Boekarest dat ze geen beesten zijn. Als ik veel later de straat weer op loop weet ik het zeker. De straten in Boekarest zijn niet meer dezelfde van 7 jaar geleden. Boekarest is voorzichtig begonnen zich bewust te worden van haar problemen en er iets aan te gaan doen. Hoe lang het ook nog zal duren. Een tijdloos moment voel ik de trots dat ik er, hoe minimaal ook, onderdeel van ben geworden. Onderdeel van een niet te stoppen evolutie na een revolutie.

Roemenië 6
Dag 25, Mac Donalds “Please mister, mo...hello mister”. Mijn kleine straatvriend begroet me vrolijk als hij me herkent. Zijn jonge zwangere moeder met het zachte en mooie gezicht bedelt zoals gewoonlijk. “Hungry” grijnst het jochie. Twintig minuten later staan hij en zijn twee zusjes voor het eerst in Mac Donalds. Hoewel met de nek aangekeken, durft niemand me te weigeren. Het jochie kijkt me even trots aan. Kruimeltje in Boekarest. Friet, hamburgers en het nieuwe yoghuert-ijs worden ingepakt. Huppelend, opgewonden Roemeens pratend, in zijn ene vuile hand de tas met hamburgers en zijn andere plakkerig vuile hand in de mijne, keren we terug naar de moeder in verwachting en haar andere baby. Ze durfde niet mee te gaan uit angst voor de politie en de ‘security’ van Mac Donalds. Security en securitas, zijn slechts twee letters verschil.
Ik keer terug naar mijn slaapplek in het gebouw van UNITER (Roemeense kunstenorganisatie). Het is de voormalige woning van de zoon en dochter van dictator Çeausescu. Nog een keer kijk ik om naar de zigeunerfamilie, wonend in de straten van Boekarest. “Please mister...hello mister...you friend”. Ik zal hem missen.

Reisbrief van een clown 2013 – in de EU en nu?
Het achterland van Roemenië 24 jaar na de revolutie. 28 augustus – 5 september.

Lees meer...

Reisbrief van een clown / Arno & Patch Adams
Op uitnodiging van de Amerikaanse arts-clown Patch Adams neem ik deel aan een grootschalig clownsproject in de sloppenwijk Belen, in de stad Iquitos in het hartje van het Amazonegebied van Peru. In Belen wonen 80.000 mensen in de meest mensonterende omstandigheden.

Lees meer...

Reisbrief van een clown - Droomkracht 2003
Twee veiligheidsmensen blokkeren plots de toegang tot de afdeling  neurologie. Een clown in een Roemeens ziekenhuis is verdacht. Het is  ‘s avonds 21.00 uur. 

Lees meer...

Reisbrief van een Cliniclown - 2001
Een hand als een Roemeense kolenschop aait traag en onhandig mijn wasbeertje. Een plompe man ligt gekruld in een te klein bed op zo’n zweetmatras. Zijn ogen zijn onophoudelijk gericht op mijn handpop.

Lees meer...

Reisbrief van een Cliniclown - 1994
Fragmenten uit het dagboek van Arno Huibers ten tijden van zijn werken als Cliniclown in Roemeense ziekenhuizen.

Lees meer...

Contact

Eindhoven - Nederland
Tel: +31 (0)40 2814602
e-mail: info@arnohuibers.nl
KvK nr: 17247421