Cliniclown in Roemenië
Fragmenten uit het dagboek van Arno Huibers ten tijden van zijn werken als Cliniclown in Roemeense ziekenhuizen.

Geschiedenis
De Nederlandse mimeclown Arno Huibers werkt sinds 16 jaar internationaal in zowel circussen als met eigen theaterprogramma’s. Daarnaast werkte hij in1993/1994 als Cliniclown op de afdeling kinderoncologie (kanker) van het St. Radboudziekenhuis in Nijmegen. Daar zag de Roemeense kinderarts Alexandra Zugravesçu hem werken. Diep onder de indruk van de positieve invloed van de clown op ‘doodzieke’ kinderen, besloot zij tot het opzetten van een soortgelijk project in Roemenië.

Alexandra Zugravesçu -op dat moment voorzitter van de nationale adoptieraad- bracht Cliniclowns Roemenië onder in het Roemeense instituut voor kunst en cultuur UNITER, bij de afdeling die zich tevens ijvert voor sociale opvang van zwerfkinderen via theater/spel.

Na verschillende uitgebreide workshops door Arno Huibers met zijn collega Patrice Verburg in Roemenië, werken op dit moment 6 professionele acteurs en poppenspelers als Cliniclowns in verschillende kinderziekenhuizen te Boekarest. Dit alles gefinancierd door honderden giften via een actie in Eindhoven, begin 1996.

Cliniclown in Roemenië - Fragmenten uit het dagboek van Arno Huibers ten tijden van zijn werken als Cliniclown in Roemeense ziekenhuizen.

2 juli 1994
Donderdag. Vandaag werk ik met Patrice op de afdeling aids van het Colentina hospitaal. Het ziekenhuis kent 600 kinderen en slechts twee artsen. Een van hen is ziek vandaag. Alexandra kent ook in dit ziekenhuis uit hoofde van haar functie de weg als geen ander. Buiten regent het. Een dweil bij de hoofdingang is het matje voor tientallen in- en uitlopende schoenen. Via de holle gangen komen we op de aids-afdeling. Als we door het kleine deurraampje van de eerste kamer kijken, zie ik in een kaal ‘klaslokaal’ 10 bedden met spijlen. Geen kleuren, geen speelgoed, geen briefkaarten, geen tekeningen, geen ouders, geen pedagogische medewerkers, onderwijzers of psychologen.
Voorzichtig lopen we via de deur binnen en sluiten deze achter ons. Door het gekrijs van onverstaanbare klanken van zo’n tiental kinderen, lijkt het of we niet welkom zijn. Bij een kind dat met een vuil doorbloed verband aan de spijlen van haar bed is vastgemaakt, ga ik op bed zitten. Ik speel accordeon. Als door een wonder is het plotsklaps stil. Tien paar kinderogen en oren kijken en luisteren. Monden open van verbazing. Het vastgebonden kind maak ik wat losser zodat het op mijn accordeon mee kan spelen. Ze lijkt me vier jaar. Ze grijnst…geluidloos. Het lijkt alsof ze voor het eerst de emotie van lachen ontdekt.
Intussen danst de kleine marionet van Patrice op de klanken van een speeldoosje. Accordeon en speeldoosje toveren rust. Dan maak ik het kind helemaal los en zet het buiten haar ‘tralies’ op de grond. Ogenblikkelijke chaos is het gevolg, omdat 4 kinderen tussen de 2 en 6 jaar in elkaars haren vliegen. Een van hen heeft een bloedneus. Bloed van een kind met aids dat op de grond een plas vormt. Patrice gaat direct op zoek naar hulp, terwijl ik de kinderen weer rustig krijg met muziek, maar tevens ervoor zorg dat geen van de kinderen in de buurt van het bloed komen. Na 10 minuten is Patrice pas terug, zonder hulp. Na weer 5 minuten komt een werkster met een emmer en een dweil en dweilt met blote handen de plas bloed op. Ze vertrekt, een rode vlek achter latend. Ik ben verbijsterd en probeer nog wat logica te vinden in de redenering dat alle kinderen toch al besmet zijn.
Na even wenk ik Eugenia, een wonderschone leerlinge aan de poppenspeluniversiteit te Boekarest. Zij mag deze middag mee om ons werken te zien en mogelijk Cliniclown te worden. Ze komt binnen met haar marionet…al even wonderschoon. De marionet met 42 touwtjes wordt door haar bespeeld met een subtiliteit, waar de kinderen opnieuw door betoverd worden. Dan staat Anita op. Een verzonnen naam voor een meisje met kromme bokkenbeentjes en vuurrood haar dat als een ragebol haar hoofd siert. Ze snapt de magie van de marionet en demonstreert met haar 4 jaren haar gave. Met één onverwachte beweging graait ze vol overgave alle 42 touwtjes bij elkaar en slingert de pop van boven naar beneden…op en neer…op en neer… De marionet danst in de handen van een kind met aids en Eugenia doet verwoede pogingen haar marionet op een creatieve manier te redden. Hulpeloos zoeken haar ogen in mijn richting. De tranen rollen over mijn wangen…tranen van het lachen, tranen van ontroering. Anita had een grote toekomst als poppenspeelster kunnen hebben. De wonderschone Eugenia heeft die toekomst, zelfs met marionetten met 100 touwtjes.

In de 10 dagen dat Patrice en ik deze eerste keer in Roemenië werken doen we zoveel indrukken op. Beelden die voor altijd in mijn netvlies gebrand staan. Zoals de continu huilende krullenbol, ontroostbaar met als enige stukje speelgoed een vies vuil oud roze nagellakpotje. Het aanstekelijk als een geitje lachende kind zodra het ons ziet. De tweeling die met verband aan bed vastgebonden ondefinieerbare klanken uitstoot; even later in de armen van Patrice dansend. De kamer met 2 ouders, een bang jochie en een lachebekkie, met in de hoek oma. Oma met 1 tand. Oma voluit lachend om onze clownerie. Oma die Patrice en mij kust en nog eens kust als afscheid. Haar ene tand lacht me nog na. De verstopte gootsteen met een laag vuil water, op de gang; vieze stukjes zeep; vieze beddelakens; poep op de matras; opgedroogd bloed in de lakens; vuile verbanden op de grond onder de bedden. Het bezoek aan een experimenteel woonhuis, waar een vrouw 6 kinderen met aids als een moeder verzorgt. Maar bovenal de lachende kinderen en volwassenen die we overal achterlieten. Mijn diilemma is: ligt de nadruk op lachende gezichten en het even doen vergeten van pijn, verdriet, hulpeloosheid en angst óf ligt de nadruk op het weer achterlaten en ben ik even een snoepje uit een andere wereld.

Na ons bezoek aan verschillende zalen, trekt een bonte stoet van kinderen door de gangen achter Patrice en mij aan. We besluiten in een grotere ruimte een kleine voorstelling te geven. Op weg naar die ruimte passeert een zuster met een kind op haar armen, dat vel over bot met grote ogen in het niets staart. Ik draai om en loop er direct achteraan. Patrice redt het wel met die bonte stoet. Het kind wordt een lege zaal ingedragen, op de rand van het bed gezet. Het houdt zich vast met de handen, maar dreigt, zwak als het is, steeds om te vallen. In de deuropening staren de grote holle ogen van het bruingetinte jongetje me aan. Ze lijken door me heen te kijken…ze lijken peilloos diep. Ik lijk de dood in de ogen te kijken. Die gedachte zet ik direct weer uit mijn hoofd. Als Cliniclown ben ik er voor de kinderen en niet voor hun problemen, ziektes. Met zeepbellen weet ik zijn ogen levend te krijgen; ze volgen een grote bel richting plafond. Ik kom dichterbij en dichterbij, alsmaar bellen blazend. Als ik een bel uit mijn hand blaas, reiken twee handjes ernaar, het jochie verliest zijn steun en valt achterover op bed. Hij komt zonder hulp niet overeind. Ik help hem weer zitten, wat aanvoelt alsof ik lucht overeind help. Samen gaat het spel verder met de zeepbellen en ik sluit deze momenten en dit manneke in mijn hart, voor heel mijn leven.

2 juli 1996 tot 8 juli.
Twee jaar later; de vierde workshop intussen. “Welkom thuis” wordt me uitbundig toegeroepen door een van de grootste Roemeense acteurs Ion Caramitru. Ik krijg de voormalig slaapkamer toebedeeld van de dochter van de vroegere dictator Ceausescu. Vol spiegels en met kroonluchter. De wanstaltig betegelde badkamer heeft geen stromend water. De electriciteit om de pomp te laten werken is te duur. Ion Caramitru is de president van UNITER, de armlastige kunstenorganisatie, die zetelt in dit prachtige voormalige pand van Ceausescu. Wél een prachtig pand van de regering, maar verder volledig afhankelijk van de goodwill van sponsors die er nauwelijks zijn. Ook in politiek opzicht is Caramitru een vooraanstaand man. In twee jaar tijd heb ik beter inzicht gekregen in de moeilijke politieke structuur van Roemenië, de zo kwetsbare prille democratie en de voorzichtige manier van uiting van de mensen onderling, die nog herinnert aan de angst voor Securitas ten tijden van Ceausescu.

De stad zelf zweet ditmaal onder temperaturen van 34 tot 38 graden. Hoewel de economie berg afwaarts gaat en de inflatie schrikbarend is met 60% gestegen prijzen deze week (brood, benzine, electriciteit, telefoon etc.) zie ik evenals vorige keren weer nieuwe winkels en restaurants. Waaronder een gigantische Mac Donalds. Ook kleine boetiekjes met dure kleding en enorme restauratieprojecten aan de fantastische gebouwen, doen me de mogelijkheden van Roemnenië/ Boekarest zien. Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat er nog zoveel kan in een stad waar de prijzen op Aldi-niveau liggen en de lonen gemiddeld ƒ 100,- per maand bedragen. Een ander voorbeeld geeft aan hoe de situatie is. Na een van de workshops ‘s avonds stel ik de Cliniclowns voor om wat mee te gaan drinken. Na doodmoe al 7 terrasjes te zijn gepasseerd, vraag ik bij het 8ste te gaan zitten. Een blik op de prijskaart, waarna Catalin zegt: ”het volgende terras is goedkoper”. Als ik de prijzen vergelijk, gaat het om prijsverschillen van een stuiver tot een dubbeltje. Een terrasje kunnen de clowns zich een keer, hooguit twee keer per maand permiteren. Hoe komt het toch dat het terras van Mac Donalds net als alle terrassen van de duurdere zaken bomvol zitten ? Even later schaam ik me, als Mariana in een discussie zegt te hopen, ooit in een land te leven waar gesprekken niet over geld gaan, maar over geestelijke rijkdom.

Te lang heeft Roemenië geestelijke rijkdom moeten missen onder Ceausescu. De in 1989 geliquideerde dictator verpulverde bijvoorbeeld duizenden van de prachtigste oude gebouwen in de oude binnenstad onder buldozers. Een kwart van het nationaal inkomen werd besteed om er het tweede grootste gebouw ter wereld (na het Vaticaan) neer te zetten, voor hem en zijn directe medewerkers. In de wijken eromheen kwamen vijf kamerappartementen voor minder directe medewerkers. Fonteinen op de wijdse pleinen en een groot podium voor zijn toespraken. Lelijk is het niet, maar wie de overige eeuwenoude pracht van Boekarest ziet -ook wel ‘klein Parijs” genoemd- weet wat er tegen de vlakte is gegaan: eeuwenoude architectuur. Nu jaren later is het nog een van de stoffigste plekken van Boekarest, met sofresten uit een voorbij tijdperk. Op andere plaatsen verschenen oerlelijke woonkazernes naar Koreaans voorbeeld (gebouwd na een bezoek van hem aan Korea).

Cliniclowns
Mijn project Cliniclowns Roemenië staat intussen onder de straffe leiding van Alexandra Zugravescu al 11/2 jaar op eigen benen. Sinds 4 maanden zelfs gefinancierd via mijn Eindhovense actie. De workshops die ik deze keer geef is gericht op de artistieke ontwikkeling van de clowns tijdens hun werken voor de kinderen in het Alexandrescu hospital. Ze werken op de afdeling zware brandwonden, voor langdurig zieke kinderen, maar ook op de lichtere afdelingen om ervaring op te doen. ‘s Morgens is de workshop gericht op individuele clownstraining voor zieke kinderen. ‘s Middags brengt een UNITER-busje ons tussen het stinkende verkeer naar het ziekenhuis. Verkeer dat nog steeds grotendeels uit Trabantjes bestaat en Lada’s. Verkeer dat de blauwe lucht met roetwolken zwart kleurt. We zien een autobus, waar de achterkant zo’n halve meter meer naar links rijdt dan de voorkant. Onze eigen wagen rijdt op 1 volle, 2 halfvolle en 1 halflege band. Alle toeters in Boekarest doen het. Ook in het verkeer weer die tweedeling…er rijden volop Mercedesen !?

In de avonduren geef ik workshops in een groot poppentheater; deze workshops aan de hele groep van 6 acteurs/poppenspelers zijn vooral gericht op hun ontwikkeling als clown. Over het algemeen ben ik enthousiast over hun werken. In het ziekenhuis wordt iedere keer reikhalzend uitgekeken naar de clowns. Op de afdeling brandwonden maken twee meisjes van 13 jaar speciaal voor de clowns hun zwaar verbrande gezichten op. Op de zaal met 8 zieke kinderen van een 1/2 jaar tot 3 jaar, zitten in het midden 10 kinderen van 6 tot 14 jaar te wachten op de clowns. Ze zijn stiekem naar binnen geslopen op deze kamer. De 75 handpoppen van oude sokken (sommige met nog de sporen van ongewassen voetjes) die kinderen van de Eindhovense school de Driesprong maakten, zijn een voltreffer. In Roemenië is het poppenspel door de eeuwen verweven in de cultuur. Zowel jonge kinderen,oudere tot zelfs 15 jaar, als volwassenen genieten enorm als ze een sokpop krijgen en spelen direct mee.

Hoewel ik Boekarest, haar ziekenhuizen en haar zieke kinderen nu met meer rust kan zien, minder emotioneel ook, zijn er iedere keer weer die momenten van onderdrukte tranen. Het vol in gips ingepakte jochie dat geen spraak heeft, maar geluidloos met wijd open mond lacht en lacht en lacht… Zijn moeder die tegen betaling dag in, dag uit aan zijn zijde doorbrengt in het ziekenhuis, kijkt alleen nog naar zijn lachend gezicht…10, 15 lange kostbare minuten. Adina die met haar clownsbuikspreekpop van een Veldhovense sponsor een onbeweeglijk hoopje mens van 11/2 jaar tot minimale reacties krijgt: is het echt een mondhoek die beweegt ? In ieder geval dat ene vingertje dat de voet van de pop streelt. Liviu die 10 minuten lang geen beweging in een triest kijkend jongetje krijgt, wint het toch. Languit op zijn bed liggend (tegen de Cliniclownsregels in), heeft hij met zijn speeldoosje en even later met zijn handpop het kind zover dat het met de pop aan de hand meespeelt en zelfs even zingt.
Een zigeunermeisje (zigeuners worden in Roemenië onvoorstelbaar zwaar gediscrimineerd) dat zonder ouders of familie al maanden in het ziekenhuis verblijft, haalt de clowns naar haar zaal. Liliana vertelt dat het 4 weken geduurd heeft voor het kind iemand in haar omgeving duldde. Niet alleen bij de clowns, maar ook bij verplegend personeel of andere kinderen ging ze volledig door het lint. Nu komt ze Liliana halen.

Zo zijn er vele momenten die me raken. Die me opnieuw doen beseffen, hoe bevoorrecht ik leef. Hoe bevoorrecht we in Nederland zijn met onze medische hulp, onze scholing. Natuurlijk, verdriet en pijn, angst en hulpeloosheid zijn in een kleurrijk gevulde Nederlands ziekenhuiskamer niet minder dan in de kale Roemeense ziekenhuiszalen. Maar wel weet ik dat de Roemeense Cliniclowns nodig zijn voor even dat stukje afleiding van pijn en ziek zijn, omdat er geen briefkaarten aan de wanden hangen, geen bloemen op de kamers staan, geen tot nauwelijks speelgoed is, in veel gevallen geen ouders meer zijn en er geen onderwijs, pedagogische medewerkers en psychologen zich met de kinderen bezig houden. Alleen de clowns zijn er. Het was goed er te zijn. Het project gaat verder, onafhankelijk van mijn inbreng. En wat het financiële aspect betreft…binnen twee jaar kom ik bij u terug.
Arno Huibers.

Reisbrief van een clown 2013 – in de EU en nu?
Het achterland van Roemenië 24 jaar na de revolutie. 28 augustus – 5 september.

Lees meer...

Reisbrief van een clown / Arno & Patch Adams
Op uitnodiging van de Amerikaanse arts-clown Patch Adams neem ik deel aan een grootschalig clownsproject in de sloppenwijk Belen, in de stad Iquitos in het hartje van het Amazonegebied van Peru. In Belen wonen 80.000 mensen in de meest mensonterende omstandigheden.

Lees meer...

Reisbrief van een clown - Droomkracht 2003
Twee veiligheidsmensen blokkeren plots de toegang tot de afdeling  neurologie. Een clown in een Roemeens ziekenhuis is verdacht. Het is  ‘s avonds 21.00 uur. 

Lees meer...

Reisbrief van een Cliniclown - 2001
Een hand als een Roemeense kolenschop aait traag en onhandig mijn wasbeertje. Een plompe man ligt gekruld in een te klein bed op zo’n zweetmatras. Zijn ogen zijn onophoudelijk gericht op mijn handpop.

Lees meer...

Reisbrief van een Cliniclown - 1994
Fragmenten uit het dagboek van Arno Huibers ten tijden van zijn werken als Cliniclown in Roemeense ziekenhuizen.

Lees meer...

Contact

Eindhoven - Nederland
Tel: +31 (0)40 2814602
e-mail: info@arnohuibers.nl
KvK nr: 17247421